Geschiedenis van de postduif
Het is een onbetwistbaar feit dat de moderne postduif een variant van de rotsduif is, die zelf weer afstamt van de duif die zo geliefd was in de oudheid .
Een van de vroegste vermeldingen van de duif vinden we vele duizenden jaren geleden in een verhaal over Noach en de zandvloed .De volksoverlevering van alle raciale en religieuze groepen kent het verhaal over er tot driemaal toe een duif uit de Ark uitgezonden werd en de duif uiteindelijk dan terugkeerde met een olijftak in zijn bek,een bewijs dat het vloedwater aan het dalen was. De oudste getuigenissen en voorstellingen van de duiven dateren van 3000 v.C en de beschreven duiven vertonen,verrassend genoeg,een verbluffend gelijkenis met de postduif van nu.
Dat het instinct van duif om naar huis terug te keren lang geleden al sterk ontwikkeld was, wordt aangetoond door de Egyptische Bas-reliëf uit ongeveer1350 v.C.,dat afbeeldt hoe een koppel duiven uit hun kooien wordt losgelaten en na hun vlucht ook terugkeert .
Meer in het algemeen bestaan er sinds de oudste tijden talloze verhalen over het instinct van de duif om naar zijn hok terug te keren. De vroegere Griekse dichterzin speelden meermalen op de vrouwen en mannen die duiven inschakelen voor hun boodschappen door te sturen over hun liefde en zo kan men op deze manier aantonen dat toen al de duif een goeie relatie had met de mensen.
Door de eeuwen heen ontwikkelden zich verschillende duivensporten .
Eén daarvan was de leiblauwe rotsduif , die onmiskenbaar een frappante gelijkenis met onze hedendaagse postduif vertoond . Verondersteld wordt dat de rotsduif al vroeg gedomesticeerd is.
Deze duiven hadden hun nest- en rustplaatsen op rotsen en zeekliffen .
Het moet met enige inspanning mogelijke zijn geweest jonge duiven voor consumptie uit de nesten te roven. Waarschijnlijk zijn grotere jongen meegenomen en grootgebracht door mensen en hebben deze duiven gevangenschap jongen grootgebracht . Ook moet men al snel gemerkt hebben dat in gevangenschap geboren exemplaren niet ontsnapten,maar telkens terugkeerden .Ze waren in staat zelf voor hun kostje zorg te dragen en leverden bovendien eieren,vlees en mest .Waarschijnlijk brachten ze door de mindere voedselomstandigheden minder nesten groot dan huidige nakomelingen,die zeker zes tot zeven nesten per jaar groot kunnen brengen,maar twee tot drie nestjes moet zeker mogelijk zijn geweest .
Duiven waren voor de mensen zonder meer belangrijke dieren die een bijdrage leverden aan het voedselpakket en , vanwege de zeer voedzame mest, ook aan de landbouw . Door dit proces werd de rotsduif ook een gezelschapsdier.
Ook vandaag nog kent de duif naast de klassieke functie van consumptiedier en mestproducent,ook dat van gezelschapsdier in de vorm van sier en postduiven.


